“Er zijn twee dingen die de mensen dichter bij elkaar brengen en dat zijn fietsen en hondjes.” Dit waren de eerste gevleugelde woorden die op mijn pad belandden tijdens deze reis. Ze werden uitgesproken door de treinbegeleider op de lijn Mechelen-Essen.
Ik knikte “ja” en hoopte dat de man geen gedachten kon lezen, want ondertussen flitsten beelden door m'n hoofd van de hordes wilde killerhonden die me vorige zomer in Griekenland achtervolgden en de relatie tussen mij en 'de trouwste vriend van de mens' voorgoed opbliezen.
Maar goed, ik had hier te maken met een wielerfan – en zo hebben we ze graag. De sympathieke man had zich blijkbaar voorgenomen om mijn welzijn tot zijn persoonlijke missie van het traject Mechelen-Essen uit te roepen en dat vond ik een prima plan. Hij hielp me met de fiets tijdens het opstappen, trok bij het afstappen z'n geel fluovestje aan en leidde me over de treinsporen in Essen, zodat ik niet door het tunneltje met bijhorende trappen moest sukkelen. Het perfecte begin dus van mijn reis.
In Essen begon mijn fietstocht onder een stralende zon. Ik geraakte op tijd in Breda om op de fietsbus te springen en vertrok in een uitstekende bui naar de Pyreneeën.
Een fijne tocht in het gezelschap van vrolijke Nederlanders was dat, maar de volgende dag al afscheid en alleen verder...
Het deed pijn. De Pyreneeën bleken hoger en mijn conditie minder dan gedacht. Bovendien liet de zon me helemaal in de steek.
Na nog geen 10 kilometer gebeurde het ondenkbare: een los lopende Duitse herdershond op mijn pad. Ik stapte af, wilde meteen rechtsomkeer maken en huilend naar mijn moeder bellen.
Maar de hond maakte geen aanstalten om aan te vallen en kwam waggelend en met hertenoogjes naar me toe. Ik vertrouwde het nog niet helemaal, maar toch... de loebas leek op zoek naar wat aandacht en een vriendelijk woord.
Net toen de eerste sliert kwijl aan mijn broek plakte, kwam er een meneertje naar buiten dat zei: “attention, c'est un chien très méchant”. Ik deinsde met knikkende knieën terug, maar daarop begon het meneertje te lachen met z'n eigen mopje en vroeg “vous voulez manger quelque chose?”
Het was 10uur 's ochtends, ik bevond me op de 'route du fromage' en dat meneertje zou ongetwijfeld een smeuïg Baskisch geitenkaasje voor me hebben bovengehaald, maar ik zei “non, merci” want ik had plots ontzettend veel zin om verder te fietsen. De woorden van mijn treinbegeleider-goeroe bleken profetisch en ik geloofde ze op dat moment helemaal. En gelukkig maar, want het Baskenland bleek te krioelen van de los lopende honden...