maandag 22 augustus 2011

Hypoliet

Zo heet mijn fiets. Hypoliet is een kilometervreter met tonnen ervaring en wijsheid. Een betrouwbare klasbak die me nog nooit in de steek heeft gelaten.
Maar...Hypoliet heeft last van opdringerige Franse mannen.
Voor alle duidelijkheid (en om mijn ouders gerust te stellen): ík heb geen probleem met de Fransen: ze zijn meestal behulpzaam en hartelijk tot... ze Hypoliet in de gaten krijgen.
Zonder te vragen beginnen sommigen aan Hypoliet zijn ledematen te prutsen, anderen gaan zich te buiten aan een diepteanalyse en nog anderen gaan meteen tot actie over waarbij ze Hypoliets vitale organen aanvallen met schroevendraaiers, kilo's vet en producten waar hij allergisch aan is. 

Enkele dagen geleden ontmoette ik een Frans trekfietserskoppel op de top van een steile, zinderend hete berg. De man - een stoere grijsaard met strakke zeeroversblik - vroeg me helemaal uit over mijn fiets en mijn materiaal. Hij torende hoog boven Hypoliet uit en lonkte naar hem vanuit zijn ooghoeken. Hypoliet hunkerde net naar een complimentje aangezien hij me feilloos naar de top van die berg had gebracht. Maar de man liet er geen twijfel over bestaan dat hij Hypoliet maar een log monster vond en dat ik er als een amateur bij liep en hij het allemaal veel slimmer had aangepakt. “Tja, daar heeft hij misschien wel gelijk in,” dacht ik terwijl ze me even later voorbij sjeesden met hun racefiets en glimmende pakjes. 
Tot ik ze langs de kant van de weg zag met een lekke band. “De derde al” vertrouwden ze me toe. “3-0 voor Hypoliet”, dacht ik bij mezelf en voelde mijn trouwe makker een sprongetje maken van trots. Ik fietste door, zocht een fijne camping uit en begon aan het avondeten. Hypoliet stond af te koelen in de schaduw van een boom.
En toen kwamen er 2 fietsers de camping op gereden: mijn Franse vrienden. 'Captain Barbossa' en 'Claire' had ik hen ondertussen gedoopt. Claire liep er geblutst en bebloed bij. Barbossa kwam naar me toe: zijn vrouw was over de kop gegaan - iets met de velcro van haar klikpedaalschoen. "Oei" bracht ik uit... (de reden waarom Barbossa eerder op de dag met me had gelachen was vooral omdat ik niet met zo van die hyperprofessionele klikpedalen fiets.)
Ik bood aan even langs de apotheker te rijden of ergens ijs te gaan zoeken, maar nee, het bleek allemaal niet zo erg.
In plaats van zich over zijn vrouw te bekommeren was Barbossa ondertussen naar Hypoliet gewandeld. Hij stond er eerst wat naar te kijken, draaide toen aan de pedalen en probeerde de rem eens uit. En ik besefte: “ik moet nu ingrijpen!” maar hij ging gelukkig weg. Ik roerde verder in de spinazie, wilde net beginnen eten, toen ik hem zag komen aanwandelen met een assortiment sleutels in zijn hand.
Hij zei: “ik zal de versnellingen bijregelen, want ze ratelen wat”. Ik zei “neenee, dat is niet nodig hoor” maar hij ging door: “en volgens mij staat je zadel iets te hoog.” 
Het was waarschijnlijk goed bedoeld, maar toch kon ik de gedachte aan een sabotage-actie omwille van de klinkende overwinning die Hypoliet die dag op hen had behaald niet helemaal negeren en dus haalde ik mijn strakste blik boven en stuurde hem onder zachte dwang wandelen. En hij ging gelukkig weg.

Ik ben hier nu op mijn eindbestemming aanbeland: Le Bourg d'Oisans in de Alpen. Het wielermekka bij uitstek. De camping zit vol met wielerfreaks die tot 's avonds laat aan hun fiets zitten te sleutelen. Behoedzaam fiets ik hen voorbij, hopend dat hun oog niet op Hypoliet zal vallen. In een reflex van overbescherming bedacht ik daarnet: “het zou toch handig zijn als ik mijn fiets met een zeil kon bedekken als hij hier zo alleen buiten staat, dan bleef iedereen er met zijn handen af...”
Volgens mij heb ik zonet per ongeluk ontdekt hoe de boerka werd uitgevonden. Hoe het ook zij: Hypoliet in boerka in het wielermekka; de multiculturele samenleving zou er weer een interessante nieuwe trend bij hebben!